Jouw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Check onze winkel:

Why has tap water quality only been monitored for a few decades?

Waarom wordt de kwaliteit van kraanwater pas sinds enkele decennia gecontroleerd?

Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend dat kraanwater wordt gecontroleerd.

In Nederland is dat ook daadwerkelijk het geval: drinkwaterbedrijven zijn wettelijk verplicht de kwaliteit te controleren, onder toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en met ondersteuning van het RIVM. Kraanwater wordt in Nederland vaak omschreven als het best gecontroleerde voedingsmiddel.

Maar deze controle zoals we die vandaag kennen, is veel recenter dan de meeste mensen denken.

Het moderne kader voor de Nederlandse drinkwaterregelgeving is geleidelijk opgebouwd, gevormd door wetenschappelijke ontdekkingen, evoluerende analysetechnieken en het ontstaan van nieuwe milieurisico's.

En deze geschiedenis vertelt ons iets essentieels: regelgeving kan alleen controleren wat de wetenschap kan identificeren, meten en karakteriseren.

PFAS zijn een bijzonder veelzeggend voorbeeld. Terwijl deze stoffen vandaag centraal staan in gezondheids- en milieuzorgen, is systematische controle ervan in drinkwater zeer recent. En zelfs wanneer het drinkwater aan de wettelijke norm voldoet, laat het RIVM zien dat dit niet automatisch betekent dat de blootstelling veilig genoeg is.

Het PFAS-dossier in Nederland toont heel concreet wat dit verschil tussen een wettelijke norm en een gezondheidskundig advies in de praktijk kan betekenen.

 

 

 

Nederlandse drinkwaterregelgeving is jonger dan u zou denken

De geschiedenis van waterkwaliteit begint uiteraard niet in 1957.

Lang voordat er formele normen bestonden, hielden gemeenschappen al rekening met zichtbare tekenen van waterverslechtering. Maar deze empirische, lokale controle moet worden onderscheiden van wat we vandaag verstaan onder gereglementeerde gezondheidscontrole van drinkwater: vastgestelde parameters, grenswaarden, analysemethoden en controlefrequenties.

Het is echt in de tweede helft van de twintigste eeuw dat dit systeem vorm kreeg.

 

1957: de Waterleidingwet, het eerste nationale kader

De eerste Nederlandse wet die de openbare drinkwatervoorziening en het toezicht op waterleidingbedrijven structureel regelde, was de Waterleidingwet van 1957.

Het doel was de bescherming van de volksgezondheid tegen risico's bij de levering van leidingwater. Deze wet legde onder meer vast dat alleen bedrijven onder overheidscontrole drinkwater mochten produceren en leveren.

Deze wet vormde een echt keerpunt: de kwaliteit van drinkwater werd voortaan structureel bewaakt, in plaats van louter lokaal en empirisch beoordeeld.

 

1998-2011: Europese normen en de nieuwe Drinkwaterwet

In 1998 nam de Europese Unie Richtlijn 98/83/EG aan, die gemeenschappelijke kwaliteitseisen vaststelde voor water bestemd voor menselijke consumptie.

De Nederlandse wet- en regelgeving werd hierop afgestemd, onder meer via het Waterleidingbesluit van 2001, dat het eerdere besluit uit 2000 verving.

Op 1 juli 2011 werd de Waterleidingwet vervangen door de Drinkwaterwet, aangevuld met het Drinkwaterbesluit. Deze nieuwe wet strekt zich uit van bron tot kraan en legt een specifieke zorgplicht op aan alle betrokken bestuursorganen om de drinkwatervoorziening duurzaam veilig te stellen.

Medio december 2020 werd vervolgens de herziene Europese Drinkwaterrichtlijn ((EU) 2020/2184) vastgesteld, die uiterlijk op 12 januari 2023 in de Nederlandse wet- en regelgeving moest zijn geïmplementeerd.

Met andere woorden, binnen enkele decennia evolueerde het systeem van een algemene toezichtwet naar een veel gestructureerder geheel, gebaseerd op vastgestelde gezondheidsparameters, gevestigde analysemethoden en Europees geharmoniseerde normen.

 

 

Waarom blijft de drinkwaterregelgeving veranderen?

Regelgeving is geen vaste momentopname van wat “gevaarlijk” of “veilig” is.

Ze evolueert met de kennis mee.

Wanneer een stof zorgwekkend wordt, zijn er verschillende stappen nodig: de aanwezigheid ervan vaststellen, voldoende betrouwbare analysemethoden ontwikkelen, het gedrag ervan in het milieu begrijpen, blootstelling en mogelijke effecten bestuderen, en vervolgens bepalen hoe deze kennis kan worden geïntegreerd in een controle- en risicobeheersysteem.

Dit betekent dat er altijd een mogelijke kloof bestaat tussen het ontstaan van een wetenschappelijke bezorgdheid en de vertaling ervan in een regelgevende norm.

De Europese regelgeving zelf erkent de noodzaak van deze aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

 

 

Van lood tot nitraten: wanneer waterkwaliteit een volksgezondheidskwestie wordt

Lood is een goed Nederlands voorbeeld van hoe een stof geleidelijk een gezondheidsonderwerp wordt.

In woningen die vóór 1960 zijn gebouwd, kunnen nog loden leidingen aanwezig zijn. Te veel lood in drinkwater is slecht voor de gezondheid, met name voor jonge kinderen en zwangere vrouwen. Volgens de Nederlandse Drinkwaterrichtlijn mag er niet meer dan 5 microgram lood per liter drinkwater aanwezig zijn. Het RIVM adviseert daarom nadrukkelijk om loden leidingen te laten vervangen, ook al zit er gemiddeld minder lood in Nederlands drinkwater dan wettelijk maximaal is toegestaan.

Nitraten vormen een vergelijkbaar voorbeeld op internationale schaal: bij zeer jonge kinderen kunnen nitraten worden omgezet in nitrieten, die de hemoglobine kunnen aantasten en de zuurstoftransportcapaciteit verminderen. Dit veroorzaakt methemoglobinemie, ook bekend als “blauwe-babysyndroom”.

Deze voorbeelden tonen hoe regelgeving geleidelijk wetenschappelijke kennis vertaalt naar beheerswaarden die bedoeld zijn om de bevolking te beschermen.

 

 

Regelgeving opgebouwd in opeenvolgende lagen

De geschiedenis van drinkwaternormen is niet het verhaal van één groot controlesysteem dat in één keer is ontstaan.

Het is eerder een geleidelijke opbouw.

In de loop der decennia zijn nieuwe parameters toegevoegd, bepaalde waarden herzien, analysemethoden verfijnd en controlemodaliteiten aangepast.

Het huidige systeem berust op verschillende niveaus: controle van waterbronnen → zuivering → gezondheidscontrole → distributie → informatie aan de consument.

En deze logica blijft evolueren, zoals het PFAS-dossier vandaag laat zien.

 

 

PFAS in Nederland: wanneer de wettelijke norm en het RIVM-advies uiteenlopen

PFAS, of poly- en perfluoralkylstoffen, illustreren deze evolutie bijzonder goed.

Deze omvangrijke familie van chemische stoffen omvat duizenden verbindingen die worden gebruikt in talrijke industriële en dagelijkse toepassingen. Hun sterke persistentie in het milieu heeft hun de bijnaam “eeuwige verontreinigende stoffen” opgeleverd.

De huidige wettelijke Europese norm, vastgelegd in de Drinkwaterrichtlijn van 2020, staat een concentratie van 100 nanogram per liter (som van 20 PFAS) toe, verplicht voor alle lidstaten vanaf uiterlijk 12 januari 2026. Uit onderzoek van het RIVM, gebaseerd op meetgegevens tussen 2015 en februari 2021, blijkt dat Nederlands drinkwater hier landelijk gezien al aan voldoet.

Maar het RIVM trekt daarna een belangrijke kanttekening.

Op basis van nieuwe wetenschappelijke kennis over de risico's van PFAS, verwerkt in de gezondheidskundige grenswaarde die de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) in 2020 publiceerde, waarbij een verminderde immuunrespons op vaccinaties bij kinderen het kritieke effect vormt, adviseert het RIVM een veel strengere richtwaarde: 4,4 nanogram per liter, uitgedrukt in PFOA-equivalenten. Dat is ruim 20 keer lager dan de wettelijke norm van 100 nanogram per liter.

Het RIVM concludeerde in 2021 dat de totale blootstelling aan PFAS via voeding én drinkwater samen in Nederland deze strengere gezondheidskundige grenswaarde al overschrijdt. Voeding draagt daarbij gemiddeld drie keer zoveel bij als drinkwater alleen. De hoogste PFAS-concentraties in drinkwater worden gemeten in West-Nederland, waar het water vooral van rivierwater (Rijn en Maas) wordt gemaakt; drinkwater uit grondwater, goed voor zo'n 60% van de Nederlandse drinkwatervoorziening, bevat doorgaans minder PFAS.

Een rapport van Rijkswaterstaat over PFAS-aandachtslocaties, gepubliceerd in maart 2026, identificeerde bovendien 3.917 potentieel verontreinigde locaties in Nederland, waarvan 576 met hoge prioriteit voor direct onderzoek zijn geselecteerd. Het rapport noemt dit zelf “slechts het topje van de ijsberg”.

 

Wettelijk conform, maar niet per se gezondheidskundig geadviseerd

Dit Nederlandse voorbeeld laat iets zien wat minstens zo veelzeggend is als een eenmalige contaminatiecrisis: een stof kan volledig voldoen aan de geldende wettelijke norm, en toch al door het eigen nationale gezondheidsinstituut als te hoog worden beoordeeld op basis van recentere wetenschappelijke inzichten.

Dat is precies waarom een wettelijke norm en een gezondheidskundig advies niet hetzelfde zijn: de norm is een op een bepaald moment vastgestelde grenswaarde, het advies volgt de meest actuele wetenschappelijke kennis, ook wanneer die kennis sneller vooruitgaat dan de regelgeving zelf.

 

 

Wat dit voorbeeld laat zien over de grenzen van watercontrole

Het doel van dit voorbeeld is niet om te beweren dat “kraanwater niet wordt gecontroleerd”.

Dat zou onjuist zijn.

In Nederland wordt drinkwater onderworpen aan continue, wettelijk verplichte controle, en de resultaten worden gepubliceerd. Wanneer een overschrijding een gezondheidsrisico met zich meebrengt, kunnen autoriteiten maatregelen eisen.

De echte les is anders.

Regelgevende controle wordt noodzakelijkerwijs bepaald door de kennis en methoden die op een bepaald moment beschikbaar zijn. Een stof moet worden geïdentificeerd, meetbaar zijn, en er moeten voldoende toxicologische gegevens bestaan om het risico te karakteriseren, voordat dit in een regelgevend kader kan worden verwerkt.

Tussen de eerste wetenschappelijke waarschuwing en een aangescherpte norm kunnen dus jaren verstrijken, zoals het verschil tussen de RIVM-richtwaarde en de wettelijke norm voor PFAS vandaag nog laat zien.

 

 

Is een stof die niet wordt getest noodzakelijk afwezig?

Nee.

En dat is waarschijnlijk een van de belangrijkste inzichten wanneer men zich verdiept in de kwaliteit van kraanwater.

Het ontbreken van een detectie is niet noodzakelijk een bewijs van afwezigheid. Het kan simpelweg betekenen dat een stof niet is opgenomen in het betreffende controleprogramma, of dat de beschikbare methoden haar nog niet met voldoende precisie kunnen karakteriseren.

Dit betekent uiteraard niet dat een bepaald water gevaarlijk is. Het betekent dat regelgevende controle en wetenschappelijke kennis nooit volledig vaststaan.

Precies daarom blijft de regelgeving evolueren, en waarom nieuwe stoffen zoals PFAS, TFA, bepaalde geneesmiddelresiduen of microplastics regelmatig leiden tot nieuw onderzoek en nieuwe analysemethoden.

 

 

Is de huidige regelgeving voldoende om water volledig vrij van verontreinigende stoffen te garanderen?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee zaken.

Water dat voldoet aan de regelgeving is water dat voldoet aan de geldende wettelijke eisen. Dat betekent niet dat het chemisch “zuiver” is, of dat het absoluut geen detecteerbare stof bevat, zoals het PFAS-voorbeeld hierboven laat zien.

Regelgeving stelt kwaliteitsgrenzen vast voor bepaalde parameters. Het is dus een systeem voor het beheer van gezondheidsrisico's, geen belofte dat er absoluut geen aan water vreemde molecule aanwezig is.

Dit onderscheid is fundamenteel: het verklaart waarom Nederlands kraanwater sterk gereguleerd is, en waarom het RIVM tegelijk kan adviseren om verder te gaan dan de wettelijke norm.

 

 

Waarom kan waterfiltratie een extra barrière vormen?

De regelgeving stelt een gezondheidsveiligheidsniveau vast voor het geleverde water.

Maar sommige consumenten willen misschien verder gaan in de behandeling van hun water thuis, met name door bepaalde families van stoffen te viseren, zoals PFAS, waar de RIVM-richtwaarde nu al strenger is dan de wettelijke norm.

Filtratietechnologieën werken niet allemaal op dezelfde manier.

Actieve kool berust vooral op de adsorptie van bepaalde moleculen. Filtratiemembranen kunnen deeltjes of bepaalde micro-organismen tegenhouden, afhankelijk van hun afsnijgrens. Omgekeerde osmose kan dan weer een breed scala aan opgeloste stoffen verminderen, inclusief PFAS.

Bij Sküma Water staat deze logica centraal in het Super-Filter, dat sedimentvoorfiltratie, actieve kool en een omgekeerde-osmosemembraan combineert.

Het doel is niet ervan uit te gaan dat één technologie “alles kan verwijderen”, maar om verschillende complementaire filtratiemechanismen te combineren.

 

 

Kan men de kwaliteit van zijn eigen kraanwater kennen?

Ja.

Drinkwaterbedrijven publiceren regelmatig hun waterkwaliteitsgegevens, en het RIVM publiceert landelijke en regionale rapportages, onder meer over PFAS.

Dat is waarschijnlijk de eerste reflex voordat men een algemene conclusie trekt over de waterkwaliteit bij zichzelf thuis.

Het is ook nuttig om onderscheid te maken tussen de waterkwaliteit bij het verlaten van de zuiveringsinstallatie, in het distributienetwerk, aan de kraan van de consument, en na passage door een huishoudelijke installatie. Deze verschillende fasen zijn niet noodzakelijk gelijkwaardig.

 

 

Wat deze geschiedenis ons werkelijk leert

De geschiedenis van de Nederlandse drinkwaterregelgeving is niet die van een afwezige regelgeving tot 1957, die plotseling perfect werd.

Het is eerder het verhaal van een geleidelijke opbouw.

Van de Waterleidingwet tot de Drinkwaterwet, van de eerste Europese richtlijnen tot de herziene Richtlijn (EU) 2020/2184, hebben de gecontroleerde parameters en de gebruikte methoden zich meeontwikkeld met de wetenschappelijke kennis.

PFAS zijn vandaag een van de duidelijkste voorbeelden hiervan, juist omdat het Nederlandse geval laat zien dat wettelijke conformiteit en gezondheidskundig advies niet altijd samenvallen.

Regelgeving evolueert omdat de wetenschap evolueert.

En dat is misschien wel de belangrijkste les: zodra een nieuwe stof meetbaar, gedocumenteerd en voldoende zorgwekkend wordt, kan ze geleidelijk overgaan van de status van opkomende verontreinigende stof naar die van gecontroleerde parameter, en soms zelfs verder dan de wettelijke norm alleen.

 

 

Veelgestelde vragen: kwaliteit en regelgeving van kraanwater

Sinds wanneer wordt drinkwater in Nederland gereguleerd?

De Waterleidingwet van 1957 vormde het eerste nationale kader. Op 1 juli 2011 werd deze vervangen door de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit, afgestemd op de Europese Drinkwaterrichtlijn. De herziene Europese richtlijn (EU) 2020/2184 moest uiterlijk op 12 januari 2023 in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd.

Wie controleert de kwaliteit van kraanwater in Nederland?

Drinkwaterbedrijven zijn wettelijk verplicht de kwaliteit te controleren, onder toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), met wetenschappelijke ondersteuning van het RIVM.

Wordt PFAS gecontroleerd in Nederlands kraanwater?

Ja. Nederlands drinkwater voldoet volgens RIVM-onderzoek landelijk aan de wettelijke EU-norm van 100 ng/L. Het RIVM adviseert echter een veel strengere richtwaarde van 4,4 ng/L, gebaseerd op recentere gezondheidskundige inzichten van de EFSA.

Wat is het verschil tussen de wettelijke PFAS-norm en het RIVM-advies?

De wettelijke norm (100 ng/L) komt uit de Europese Drinkwaterrichtlijn van 2020. Het RIVM-advies (4,4 ng/L) is gebaseerd op nieuwere EFSA-gezondheidsdata en ligt ruim 20 keer lager. Het RIVM concludeerde dat de totale PFAS-blootstelling via voeding en drinkwater samen in Nederland deze strengere waarde al overschrijdt.

Waarom zijn PFAS zorgwekkend?

PFAS vormen een omvangrijke familie van persistente stoffen die zich ophopen in het lichaam en nauwelijks afbreken. Het RIVM identificeerde een verminderde immuunrespons op vaccinaties bij kinderen als kritiek gezondheidseffect.

Is water dat aan de regelgeving voldoet volledig vrij van verontreinigende stoffen?

Nee. Conformiteit betekent dat het water voldoet aan de wettelijke eisen die van toepassing zijn op de gecontroleerde parameters. Het Nederlandse PFAS-voorbeeld laat zien dat dit niet hetzelfde is als het gezondheidskundig strengst geadviseerde niveau.

Kan ik de kwaliteit van mijn eigen kraanwater raadplegen?

Ja. Drinkwaterbedrijven publiceren waterkwaliteitsgegevens, en het RIVM publiceert landelijke en regionale rapportages, onder meer over PFAS.

Opmerking: dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Voor specifieke vragen over een vermoede blootstelling aan een verontreinigende stof kunt u het best een zorgverlener raadplegen.

Vorige post